Even geduld alstublieft. Uw eerste zoekopdracht duurt vaak wat langer (20 sec). Daarna gaat het zoeken snel.
in de KennisPortal
in de Database opleidingen
in andere sites over de gehandicaptenzorg
Zoeken
Home
Disclaimer |
Help
Opleidingen zoeken
Omschrijving van de opleiding
Kies de thema('s) waar de opleiding op betrekking heeft:
Begeleiding algemeen (bijv. begeleidingsplannen, communicatie)
Begeleiding bij wonen
Begeleiding bij werken / dagbesteding
Verpleging en verzorging (bijv. verpleegtechnische handelingen)
Specifieke ziektebeelden / stoornissen (bijv. autisme, ADHD, NAH, epilepsie, dementie)
Gedragsproblemen (bijv. agressie, problemen i.v.m. sexualiteit, verslaving)
Zorg algemeen (bijv. wetgeving, beleid, visie op zorg)
Ander thema
De kern van de opleiding is gebaseerd op de volgende competenties:
Basis competentieprofiel niveau A, B, en C
A1. De beroepskracht is in staat via verdieping en analyse de werkelijke behoefte bij de cliënt duidelijke te krijgen, zodat de ondersteuning aansluit bij de werkelijke behoefte van de cliënt.
A2. De beroepskracht is in staat om het gedrag, de gezondheidssituatie en de ontwikkeling van de cliënt te observeren en veranderingen te signaleren, waardoor zij het begeleidingsplan kan opstellen en steeds kan aanpassen aan de behoeften van de cliënt.
B1. De beroepskracht is in staat om een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen, zodat de cliënt zich veilig en op zijn gemak voelt.
B2. De beroepskracht is in staat een netwerk op te bouwen en samen te werken, waardoor de cliënt minder afhankelijk wordt van het professionele circuit.
B3. De beroepskracht is in staat om diverse methoden en technieken van communicatie flexibel in te zetten en op verschillende niveaus te communiceren in de dialoog met de cliënt, waardoor ook bij bemoeilijkte communicatiemogelijkheden de cliënt zijn behoefte weet te verduidelijken en aangesloten wordt bij het niveau en de beleving van de cliënt.
B4. De beroepskracht is in staat zich helder schriftelijk uit te drukken, waardoor de boodschap helder en controleerbaar is voor anderen.
C1. De beroepskracht is in staat methodisch te werken, waardoor de werkwijze betrouwbaar is en het begeleidingsplan goed onderbouwd en consistent is.
C2. De beroepskracht is in staat om prioriteiten te stellen, waardoor zij het eerst de activiteiten op zich neemt die het meest urgent zijn.
C3. De beroepskracht is in staat om met de beschikbare middelen en mogelijkheden een maximaal resultaat te bereiken.
D1. De beroepskracht is in staat haar grenzen te bepalen voor zichzelf en in de omgang met de cliënt en daarnaar te handelen, zodat ze met plezier werkt en de cliënt weet waar hij aan toe is.
D2. De beroepskracht is in staat de grenzen van haar bekwaamheid en verantwoordelijkheid te kennen, zodat de kwaliteit van de hulpverlening verantwoord is.
D3. De beroepskracht is in staat beslissingen te nemen in geval van conflicterende meningen, waardoor kwesties worden opgelost.
D4. De beroepskracht is in staat om met belangstelling en interesse te luisteren en zichzelf in te zetten zonder door te schieten in overtrokkenheid, waardoor de cliënt zich gehoord voelt en de ruimte ervaart om zijn verhaal kwijt te kunnen.
D5. De beroepskracht is in staat op respectvolle en heldere wijze op te treden bij agressie, onverwachte, lastige en/of crisissituaties, zodat de cliënt leert van de gebeurtenis en/of zijn omgeving geen gevaar loopt.
D6. De beroepskracht is in staat om in de omgang met de zorgvragen specifieke wet- en regelgeving in het dagelijks werk toe te passen, waardoor er geen onrechtmatige handelingen worden verricht.
E1. De beroepskracht is in staat op flexibele wijze situationeel te begeleiden, zodat de cliënt op een passende manier wordt geholpen en zich zo zelfstandig mogelijk kan ontwikkelen.
E2. De beroepskracht is in staat randvoorwaarden te scheppen, zodat de cliënt een optimale woon- en leefsituatie heeft.
E3. De beroepskracht is in staat de cliënt te ondersteunen op verschillende leefgebieden zoals huishouden, persoonlijke verzorging, realiseren van werk, mobiliteit, scholing en vrijetijdsbesteding.
E4. De beroepskracht is in staat verpleegtechnische handelingen zo nauwgezet en secuur mogelijk uit te voeren, waardoor de kans op letsel bij cliënten zo veel mogelijk wordt beperkt.
F1. De beroepskracht is in staat de cliënt te motiveren en te stimuleren, zodat hij zo zelfstandig mogelijk leeft, zo veel als kan verantwoordelijkheid draagt en zich optimaal kan ontwikkelen.
F2. De beroepskracht is in staat om talenten van de cliënt te ontdekken, te stimuleren en te ontwikkelen op planmatige en systematische wijze.
F3. De beroepskracht is in staat het proces gaande te houden, ook al vormen zich soms grote obstakels en zijn de resultaten teleurstellend, waardoor de cliënt kan blijven rekenen op ondersteuning in moeilijke tijden.
G1. De beroepskracht is in staat samen te werken en af te stemmen met collega’s en personen binnen en buiten de organisatie, waardoor de cliënt optimale hulpverlening krijgt.
G2. De beroepskracht is in staat om in dialoog met de cliënt de regie te voeren, waardoor de cliënt een samenhangend aanbod krijgt.
G3. De beroepskracht is in staat om initiatief te tonen en te denken in mogelijkheden, waardoor kansen worden gezien en benut.
H1. De beroepskracht is in staat voor zichzelf bepaalde voorwaarden te creëren en te organiseren, waardoor zij optimale omstandigheden realiseert om professioneel en prettig te werken.
H2. De beroepskracht is in staat om te reflecteren op het eigen handelen en actief op zoek te gaan naar informatie, waardoor ze een bijdrage levert aan haar eigen ontwikkeling en haar eigen deskundigheid en professionaliteit.
H3. De beroepskracht is in staat om mee te werken aan de kwaliteitsverbetering van de organisatie en aan innovaties en kwaliteitsverbetering van de zorginhoud.
Basis competentieprofiel niveau D
1. De beroepskracht op het niveau D is in staat cliënten te ondersteunen bij het voeren van de regie over hun eigen leven en over de zorg en ondersteuning die zij ontvangen en kan die regievoering verbeteren, zodanig dat cliënten de keuzes maken die zij kunnen en willen maken.
2. De beroepskracht op niveau D is in staat de uitvoering van het ondersteuningplan de coördineren en bewaken, zodanig dat het ondersteuningsaanbod aansluit bij de wensen en behoeften van de cliënt.
3. De beroepskracht op niveau D is in staat de condities te bewaken waaronder de zorg en ondersteuning wordt aangeboden, zodat de organisatie en optimale kwaliteit van zorg en ondersteuning kan realiseren.
Competentieprofiel Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH)
1. De begeleider NAH is in staat om op basis van een realistisch beeld van de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt de werkelijke behoefte van de cliënt duidelijk te krijgen.
2. De begeleider NAH is in staat om het gedrag, de gezondheidssituatie en de ontwikkeling van de persoon met NAH te observeren en veranderingen te signaleren, waardoor zij het begeleidingsplan kan opstellen en steeds kan aanpassen aan de behoeften van de cliënt.
3. De begeleider NAH is in staat om een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen, zodat de cliënt zich veilig en op zijn gemak voelt.
4. De begeleider NAH is in staat om diverse methoden en technieken van communicatie flexibel in te zetten en op verschillende niveaus te communiceren in de dialoog met de cliënt, waardoor ook bij bemoeilijkte communicatiemogelijkheden de cliënt zijn behoefte weet te verduidelijken en aangesloten wordt bij het niveau en de beleving van de cliënt.
5. De begeleider NAH is in staat methodisch te werken, waardoor de werkwijze betrouwbaar is en het begeleidingsplan goed onderbouwd en consistent is.
6. De begeleider NAH is in staat om adequaat te reageren op conflicten tussen de persoon met NAH en de cliëntomgeving.
7. De begeleider NAH is in staat om met belangstelling en interesse te luisteren en zichzelf in te zetten zonder door te schieten in overbetrokkenheid.
8. De begeleider NAH is in staat op respectvolle en heldere wijze op te treden bij agressie, ontremd gedrag of andere onverwachte, lastige en/of crisissituaties, zodat de cliënt zo mogelijk leert van de gebeurtenis en hijzelf en/of zijn omgeving geen gevaar loopt.
9. De begeleider NAH is in staat op flexibele wijze situationeel te begeleiden.
10. De begeleider NAH is in staat de cliënt te motiveren en te stimuleren om, voor zover mogelijk, onder ogen te zien dat het leven zoals het was is veranderd door het hersenletsel, en op basis daarvan nieuwe keuzes te maken.
Competentieprofiel Ernstig Meervoudig Beperkingen (EMB)
1. De begeleider EMB is in staat via verdieping en analyse de behoefte en mogelijkheden van de cliënt duidelijk te krijgen, zodat de ondersteuning aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de cliënt.
2. De begeleider EMB is in staat om het gedrag, de gezondheidssituatie en de ontwikkeling van de EMB-cliënt te observeren en veranderingen te signaleren en de dagelijkse begeleiding hierop aan te passen, waardoor zij het begeleidingsplan kan opstellen en steeds kan aanpassen aan de behoefte en de situatie van de cliënt.
3. De begeleider EMB is bereid en in staat om een relatie op te bouwen met de EMB-cliënt, zodat de EMB-cliënt invloed kan uitoefenen op zijn leven, de omgeving en de dingen die met de cliënt gebeuren.
4. De begeleider is in staat een netwerk op te bouwen en/of te onderhouden voor de cliënt en is intermediair bij contacten met de cliënt.
5. De begeleider EMB is in staat om diverse methoden, technieken en vormen van communicatie in te zetten in het contact met de cliënt.
6. De begeleider EMB is in staat de cliënt zo te activeren en te stimuleren dat deze de mogelijkheden heeft om zich optimaal te ontwikkelen.
7. De begeleider EMB is in staat de cliënt te ondersteunen op verschillende leefgebieden zoals ADL, dagactiviteiten en vrijetijdsbesteding.
8. De begeleider EMB is in staat randvoorwaarden te scheppen, zodat de cliënt een optimale woon- en leefsituatie heeft.
9. De begeleider EMB begeleidt en verpleegt de cliënt zo nauwgezet en secuur mogelijk met betrekking tot de meervoudige beperkingen, zodat de doelen van de cliënt worden gerealiseerd en waarbij de kans op letsel bij cliënten zo veel mogelijk wordt beperkt.
Competentieprofiel (SG)LVG
1. De begeleider (SQ)LVG is in staat te functioneren als spin in het web in het professionele netwerk rondom cliënten met ernstige gedragsproblemen, gericht op optimale begeleiding van de cliënt.
2. De begeleider (SG)LVG is in staat de cliënt en zijn persoonlijke netwerk te begeleiden.
3. De begeleider (SG)LVG is in staat de cliënt - tijdelijk intensief - te behandelen, gericht op verbetering van het gedrag in hoog complexe situaties.
4. De begeleider (SG)LVG is in staat de cliënt in een langdurige verblijfsetting te behandelen, gericht op het consolideren van gedragsverandering.
Competentieprofiel ZG
1. De begeleider ZG is bereid en in staat een zodanige relatie met de cliënt op te bouwen, dat deze zich vanuit een veilige basis verder kan en durft te ontwikkelen.
2. De begeleider ZG is in staat de cliënt te ondersteunen bij het opbouwen van een sociaal netwerk, dat te onderhouden, op te treden als intermediair en de deskundigheid van het sociaal netwerk te bevorderen.
3. De begeleider ZG is in staat om de interactie en communicatie tussen de cliënt en de omgeving centraal te stellen met als doel de cliënt te stimuleren zich verder te ontwikkelen en in het bijzonder om de communicatieve zelfredzaamheid van de cliënt te bevorderen.
4. De begeleider ZG is in staat om de zelfstandigheid, weerbaarheid en de mobiliteit van cliënten te bevorderen.
Competentieprofiel ASS
1. De begeleider ASS is in staat via verdieping en analyse de werkelijke behoefte van de cliënt duidelijk te krijgen, zodat de ondersteuning aansluit bij die werkelijke behoefte.
2. De begeleider ASS is in staat om een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen, zodat de cliënt zich veilig en op zijn gemak voelt.
3. De begeleider ASS is in staat om diverse methoden en technieken van communicatie flexibel in te zetten, zodat aangesloten wordt bij het niveau en de beleving van de cliënt.
4. De begeleider ASS is in staat op respectvolle en heldere wijze op te treden bij agressie, onverwachte, lastige en/of crisissituaties, zodat de cliënt leert van de gebeurtenis en/of zijn omgeving geen gevaar loopt.
5. De begeleider ASS is in staat randvoorwaarden te scheppen, zodat de cliënt een optimale woon-, werk- en leefsituatie heeft.
6. De begeleider ASS is in staat de cliënt te ondersteunen op alle ondersteuningsdomeinen.
7. De begeleider ASS kan de cliënt op een bij de situatie passende manier helpen, zodat de cliënt zo zelfstandig mogelijk kan functioneren en zijn talenten kan ontwikkelen en benutten.
8. De begeleider ASS is in staat samen te werken en af te stemmen met collega's en personen binnen en buiten de organisatie.
9. De begeleider ASS is in staat de condities te bewaken waaronder de zorg en ondersteuning wordt aangeboden, zodat de organisatie een optimale kwaliteit van zorg en ondersteuning kan realiseren.
Competentieprofiel 0-6
1. De begeleider is in staat een kind met een ontwikkelingsachterstand te observeren.
2. De begeleider stelt een ondersteuningsplan op voor het kind in samenwerking met de ouders.
3. De begeleider is in staat samen te werken met ouders en hen bij de begeleiding van het kind te betrekken.
4. De begeleider stimuleert de mogelijkheden van het kind gericht op het verdere ontwikkelingsproces.
5. Een begeleider moet in staat zijn de groepscontext te benutten in het ontwikkelingsproces van kinderen.
6. De begeleider moet met professionals uit andere disciplines kunnen samenwerken en daarbij regie kunnen voeren.
7. De begeleider ondersteunt ouders, andere professionals en leerkrachten bij de opvoeding en ontwikkeling van het kind.
Cliëntdoelgroep waarop de opleiding is gericht
Kies de cliëntdoelgroep(en) waar de opleiding op betrekking heeft:
Lichte lichamelijke beperkingen
Ernstige lichamelijke beperkingen
Lichte verstandelijke beperkingen
Matige verstandelijke beperkingen
Ernstige verstandelijke beperkingen
Visuele beperkingen (blinden, slechtzienden)
Auditieve beperkingen (doven, slechthorenden)
Meervoudige beperkingen
Ernstige meervoudige beperkingen (EMB, EMG, MCG)
Andere groepen cliënten
Zoek